Botte Bots
- Steven Desanghere

- 19 uur geleden
- 2 minuten om te lezen

Het was rond mijn vijftigste verjaardag – luttele jaren geleden dus - dat ik het uiteindelijk allemaal wel kon kaderen en intomen, mijn irritatie naar de mens aan de andere kant van de lijn. Meer bepaald naar de werknemers van Telenet, Electrabel, de ziekenkas, en zovele andere dienstverlenende organisaties, die mij in de decennia ervoor geregeld veel te lang in de telefonische wachtrij lieten. En wanneer het uiteindelijk mijn beurt was, veel te vaak van toeten nog blazen wisten, of mij wandelen stuurden met een compleet verkeerd advies of onbestaand telefoonnummer ‘waar ze mij misschien wel verder konden helpen’.
Ik zou zelfs meer durven zeggen; ik dokterde doorheen de jaren allerhande succesvolle strategieën uit om uiteindelijk alsnog als overwinnaar te zegevieren en de bureaucratische tijgers één voor één te verslaan. Ik ontdekte tal van sleutelzinnen en protocollen waardoor mijn vragen en dossiers meteen als prioritair konden worden behandeld en ik onmiddellijk de juiste ambtenaar of corporate advisor aan de telefonische haak kreeg. Zo leerde ik bijvoorbeeld dat ik bij Proximus meteen met de deur in huis mocht vallen met de zin: “Ik ben een ernstig misnoegde klant.”, wat mij stante pede een directe lijn bezorgde met het hoofd van de HR -dienst, die mij vervolgens op haar communiezieltje beloofde dat ze persoonlijk niet zou rusten voor mijn dossier in orde was. Bij de belastingdienst hielp dan weer de toverspreuk: “Ik wil nù met uw verantwoordelijke overste spreken.” In het algemeen volstond het meestal al om de arme werknemer aan de andere kant van de lijn te begroeten met: “Ik ben werkelijk ten einde raad, en ik hoop van ganser harte dat U mij wél kunt helpen.” Ik geef toe dat dit al valt binnen de definitie van psychologische manipulatie, maar in kwesties van telefonische dienstverlening, en na zovele jaren van onmacht en verontwaardiging, heiligt het doel wat mij betreft alle mogelijke middelen.
En net toen ik de schijnbare perfectie had bereikt in het ontwijken van alle mogelijke telefonische miserie, werd de AI Chatbot gelanceerd. Dat verdomde programma, dat intussen zowat iedere manipuleerbare mens aan de andere kant van de lijn heeft vervangen, blijft stoïcijns onbewogen tegenover mijn arsenaal aan psychologische truken. Ik kan haar niet charmeren, niet verleiden, niet onder druk zetten of desnoods bedreigen met een klachtenbrief. Ik kan haar wel de huid volschelden maar het enige antwoord dat daar meestal op volgt is:” kunt u uw verzoek nog eens herhalen?”.
En het ergste is nog: ik word kwààd op die dode programma’s; ik dicht ze allerhande menselijke eigenschappen toe. Ik hààt ze. Ik droom van ze. Ze helpen me meestal geen fluit vooruit en intussen zit ik hier nu zonder internet, zonder elektriciteit en zonder ziekteverzekering. De machines hebben gewonnen, beste mensen. Eerst was het mijn beurt, maar die van jullie komt ook nog, neem dat maar van me aan.



Opmerkingen