Ellendig Einde
- Steven Desanghere

- 14 apr
- 1 minuten om te lezen

“Ik ben blij voor je”, fluistert ze hem toe.
Ze haalt een spuit uit haar handtas, richt hem omhoog, en laat wat vloeistof uit het topje vloeien. Met een prop in de mond en zijn lichaam vastgebonden, is vluchten geen optie.
Hij besluit zo rustig mogelijk door de neus te ademen en zijn blik schijnbaar liefdevol over haar gezicht te laten glijden.
“Ik ben écht blij voor je”, herhaalt ze zacht. “Een leven zonder mij zou ondraaglijk zijn voor je, dat schreef je me ooit. In het begin, weet je nog?”
Zijn geest raast als gek door alle mogelijke ontsnappingsscenario’s. Hoe kan hij haar nog stoppen? Hulp van buitenaf lijkt onwaarschijnlijk, hier in zijn weelderige chalet, diep in het woud.
Verwoed begint hij zijn ogen te bewegen. Van haar naar het wapenschild aan de muur en terug.
Ze begrijpt hem bijna meteen. “Dat familieschild? Wil je toch nog met me trouwen, dan? Bedoel je dat?”
Hij kreunt zo instemmend mogelijk.
“Ach, lieve prins van me. Ik ben het die je afwijst, en niet andersom. En nu verlos ik je eindelijk uit je smachtende lijden.”
De prik gaat in de arm, en twee tellen later sluiten zijn ogen zich al. Voor altijd.



Opmerkingen