Koele Kikkers
- Steven Desanghere

- 12 apr
- 2 minuten om te lezen

“Aan tafel!” schreeuwt Moeder, heel wat feller, én later op de avond, dan haar gewoonte is. Mijn twee uitgehongerde zussen en ikzelve naderen de grote, eiken tafel deze keer met loden schoenen, en nemen elk plaats op onze toegewezen stoel.
“Ook jij, Robert,” sneert ze naar Vader. Ze heet hem geen Rob of Robbie vandaag, maar het stijve Robert, zijn geboortenaam. Een naam die ons Moeder enkel maar uit de kast haalt als het zwààr onweer is tussen hen twee. Vader sloft naar zijn stoel aan het hoofd van de gezinstafel, een verwrongen lach op zijn gezicht.
Moeder staart hem langdurig aan, tot hij zich de cue herinnert, zijn bord vastneemt en die naast de stomende pot in de lucht laat zweven. Trillen zijn handen? Ik en mijn zussen lijken hetzelfde te denken.
Het is al zeker vijf maand geleden dat er nog zo’n zwaar haar in de boter zat. Van toen Mama verjaarde en ons Vader dat helemaal vergeten was. Zwijgen en observeren is de boodschap voor de kroost vanavond. We houden onze adem in.
Met een krachtige zwaai diept Moeder een gevulde pollepel uit de hutsepot, en zwiert de inhoud ervan op Vaders bord. Zijn hand deelt in de hete brokken, maar hij lijkt zich te verbijten, slaat zijn ogen neer, en dankt haar.
Daarna worden de andere borden gevuld, op een rustiger en beheerster manier, maar vanavond zonder haar gekende zachte blik.
Moeders bord blijft ostentatief leeg. Ik zie een lichtpuntje in Vaders ogen, maar net voor hij er iets ongepast spitsvondig uit floept, houdt hij zich in. Gelukkig maar.
Flauwe grapjes zijn enkel olie op het spreekwoordelijke vuur vanavond.
Laat ons nu maar gewoon dit avondeten overleven. Vader en Moeder moeten hun ingehouden ruzie straks maar verder zetten in hun slaapkamer, vér weg van onze kinderoortjes. En het komt wel goed, weten we alle vijf. Het komt altijd weer goed, en tegen morgenavond worden we weer bedolven onder de flauwe grapjes en het halfverdoken geflirt tussen onze twee oudjes.Ko



Opmerkingen