top of page

Pas Pop


Ik hield zielsveel van een handdoek, en haar naam was Nicole.

Als u nu onbedaarlijk begint te gniffelen, dan doet u maar. Het maakt mijn boude stelling niet minder waar.

Van mijn twaalf tot mijn vijftien jaar was ik in het geheim diep gehecht aan een dood stukje stof. Ze was niet eens mooi, mijn Nicole. En ze kon amper mijn hoofd bedekken. Ze oogde flauw blauw. En toch hield ik van haar. En die drie lange jeugdjaren was enkel mijn moeder op de hoogte van deze relatie. Maar ook zij kon wellicht niet vermoeden hoe diep die was.  Er was hoegenaamd niks seksueels aan onze relatie, dat wil ik nu al verklappen. Maar intiem waren we wél. Ik vertelde Nicole namelijk alles. Al mijn prepuberale neuroses, mijn angsten en prille, onbeantwoorde verliefdheden. Mijn dromen en grote verdrietjes.

Vooraleer u nu ongerust begint te fronsen, schep ik graag toch wat context. In mijn lagere schooljaren had ik een stoffen popje, niet groter dan een centimeter of twintig. ’s Avonds begroette ze mij naast mijn hoofdkussen, daar telkens teder neergelegd door mijn moeder, die iedere dag mijn bed opmaakte. Het popje gaf me rust, veiligheid en vertrouwen, maar ik gaf haar nooit een naam. Er werd thuis niét over haar gesproken, en voor mijn twaalfde had mijn zelfbewustzijn blijkbaar nog niet echt nood aan diepe gesprekken met een vertrouwelinge. Haar naamloze aanwezigheid was evenwel belangrijk voor mij, hoewel ab-so-luut niet strokend met het ideaalbeeld van de flinke jongen uit de jaren tachtig. Genderverschillen waren in die tijd, althans in de achteroplopende Westhoek, redelijk absoluut, en poppen hoorden niét bij échte jongens.

Met het vorderen van de jaren kwam daar dus steeds meer schaamte op, tot op de dag, ergens rond mijn twaalfde, dat mijn twee jongere zussen mijn diep gekoesterde, stille poppengenegenheid op de spreekwoordelijke straatstenen gooiden. Ze verklapten het smalend aan twee bezoekende neefjes van me, en dat was de dag dat ik niet langer met die Pop der Schande en Schaamte het bed wilde delen. Ik moet dat waarschijnlijk aan mijn moeder verteld hebben, en diezelfde avond nog stopte ze een handdoekje onder mijn hoofdkussen. Die stille hint was meer dan genoeg voor mij, en enkele weken later was dat vodje al gepromoveerd tot mijn sympathieke vertrouwelinge Nicole. Om de zoveel weken bracht mijn ma het textiellapje naar de wasmachine, en zorgde ervoor dat ik haar zo vlug mogelijk weer nachtelijk kon omarmen. De dood van mijn grootouders, mijn awkwardness rond meisjes, mijn hormonale oprispingen, mijn schulden en mijn schaamtes: Nicole werd deelgenoot van alles wat in mij omging, en maakte zo het eerste deel van mijn verwarrende puberteit iet of wat leefbaar. Na mijn vijftiende verloor ik haar wat uit het oog, en uit het hart. Ik had haar niet langer nodig, zo leek het wel. En mijn zussen hebben nooit geweten wat Nicole ooit voor mij betekende.

Maar ik denk nog steeds met heel veel liefde aan haar. Zoveel geduld als ze had, en zoveel luisterbereidheid. Zoveel steun en zoveel begrip die ik van haar kreeg. Nu ik haar vanuit de nevel van mijn herinneringen hier eventjes weer tot leven breng, voel ik warempel een gemis. En ergens hoop ik dat uw gevreesde gegniffel of gefrons inmiddels is veranderd in wat welgemeend medeleven. Want dit verhaal is honderd procent waargebeurd.

Recente blogposts

Alles weergeven

Opmerkingen


Contact

Steven Desanghere

Leischoot 3

9931 Oostwinkel (Lievegem)

Ik ontvang cliënten in Groepspraktijk Grond, Diksmuidestraat 2 te Gent op dinsdagavond en woensdagmorgen, én in Oostwinkel (Leischoot 3) op andere momenten.

+32 (0)497 359354

stevendesanghere@yahoo.com

BTW nummer BE 0643 958 155

Thanks for submitting!

bottom of page