Wonderlijke woorden
- Steven Desanghere

- 12 apr
- 2 minuten om te lezen

Ik bezocht Parijs, Madrid en Firenze.
Ik was in de mooiste musea en meest indrukwekkende kathedralen en paleizen van Europa.
Maar nérgens ervaarde ik dezelfde diepe vervoering als bij de allereerste keer dat ik het befaamde Art Deco gebouw in de Gentse Voldersstraat betrad. Ik moet een jaar of tien zijn geweest, toen mijn vader mij meenam naar dit vijf verdiepingen tellende historische pand. Zijn zoon was toén al verslingerd aan Sus & Wis, en aan tal van jeugdromannetjes uit de bescheiden en weinig inspirerende bibliotheek van Diksmuide. Een boekenwinkel was er in een straal van twintig kilometer nérgens te vinden.
Toen ik begin de jaren tachtig dus dat Gentse gebouw binnenstapte, sprong mijn kinderhartje enkele slagen over. De etalage van het gebouw was al machtig: een collage van slechtverkopende nieuwe, en vooral héél veel tweedehands ramsjboeken, samengesteld rond één of ander thema. Binnenin trof ik vijf verdiepingen lees- en kijkplezier aan, waar ik, gegeven mijn prille leeftijd, voornamelijk geen jota van snapte. Maar dat kon mij worst wezen. Mijn hart en geest juichten onophoudelijk, en als het aan mij lag, verliet ik dat gebouw nooit meer.
Je kan wellicht al raden dat ik het heb over het lokale Gentse filiaal van De Slegte, en dit een tweetal decennia voor internet de wereld veroverde en kennis en wetenschap overal verspreidde én banaliseerde.
Dat gebouw was mijn Walhalla, mijn ‘place to be’. Het leverde een onophoudelijke stroom aan nieuwsgierigheid, aan verborgen schatten en ultieme inzichten op alle mogelijke vragen des Levens. Ze liet, neen, lààt me telkens opnieuw dromen en watertanden, van zodra ik haar trapjes heb beklommen. Sinds die eerste keer heb ik dat gebouw zonder overdrijven nog honderden keren bezocht. Mogelijks koos ik Gent als studentenstad en later woonplaats, net omwille van hààr, mijn geliefde boekenpaleis. Ik zal er zonder overdrijven intussen meer dan duizend boeken en strips hebben gekocht, en tienduizenden hebben betast. En intussen ook weer honderden terugverkocht aan haar, voor een appel en een ei, wegens uiteenscheurende boekenkasten thuis.
Nergens geraak ik meer in vervoering dan hier. Mijn ouder wordende vingers blijven jeugdig swipen door de boekenrijen, steeds op zoek naar het ultieme boek dat mij de juiste antwoorden zal geven op mijn eindeloze reeks vragen over wie we zijn, waar we vandaan komen, en waar we naar toe zouden kunnen gaan. Ze is mijn geestesmoeder, mijn dokter en mijn literaire hoer. Tot op de dag van vandaag. En ja, de architectuur langs buiten mag er zeker ook wezen, met haar héérlijke lichtinval en gekleurde brandglas. Maar het is haar immer veranderende papieren inhoud die mij telkens opnieuw in vervoering brengt. Niet omdat ik alles wat ze te bieden heeft wil verslinden. Zo verstandig ben ik wel, maar net omdat ze mij er telkens aan herinnert dat wij mensen maar een fractie kunnen weten van wat er te weten en te verhalen valt. Zij toont mij een oneindig universum waar ik stukjes mag van proeven, zonder ooit de arrogantie van de alwetendheid te koesteren.
Mijn geliefden kregen intussen de opdracht om, bij mijn heengaan, mijn asse geniepig te verstrooien in alle hoekjes en barstjes van de vijf verdiepingen in de Volderstraat. Kwestie van perspectief.



Opmerkingen